Begin als bij de jonge pup met de vachtverzorging. Eerst vooral om de pup te laten wennen aan het borstelen en liefst ook laten wennen aan een hondenföhn/waterblazer. De puppyvacht kan met een zachte borstel doorgeborsteld worden. Laat de pup ook wennen aan wasbeurten.
Van ongeveer 6 tot 24 maanden maakt de pup een vachtwissel door, van een zachte fluffige puppyvacht naar de volwassen vacht. In deze periode heeft de pup gemakkelijker last van klitten. Je kunt deze uitborstelen of kammen. Borstel bij voorkeur op een gewassen en doorgeblazen vacht. Was de vacht wekelijks met verzorgende shampoo en een voedende conditioner om klitten te voorkomen. Als je de vacht wat korter houdt (max zo’n 4 cm) is deze gemakkelijker te onderhouden en klitvrij te houden.
Vanaf 24 maanden heeft de hond een volwassen vacht. Deze is stabiel en gemakkelijker te onderhouden. Een tot twee maal per maand borstelen en blazen is vaak voldoende.
Onze honden krijgen vers vlees te eten. Dit is KVV. KVV staat voor “kant-en-klaar vers vlees” en is een natuurlijke en uitgebalanceerde voeding voor honden. Het bestaat uit rauw vlees en wordt soms aangevuld met groenten, fruit en granen. Omdat het vlees ongekookt blijft, blijven de voedingsstoffen optimaal behouden – precies zoals de natuur het bedoeld heeft. Daarnaast krijgen ze bijvoorbeeld geitenmelk en vis en natuurlijke kauwsnacks.
Bij titeren wordt er bloedonderzoek gedaan om de hoeveelheid antistoffen tegen ziektes zoals parvo, hondenziekte en leverziekte te bepalen. Hieraan kun je zien of de hond beschermd is, bijvoorbeeld nog door de moedermelk, of dat hij een vaccinatie nodig heeft. Ook kun je met titeren controleren of de vaccinatie aangeslagen is.
Ontwormen wordt vaak standaard gedaan, maar dit werkt helaas niet preventief. Om onnodig ontwormen te voorkomen kun je de ontlasting van de hond laten controleren bij de dierenarts. Als het dan nodig is kan er gericht wormenmiddel gegeven worden.